Als steeds meer huishoudens overstappen van aardgas naar een warmtepomp, neemt de vraag naar elektriciteit flink toe. Vooral op koude winterdagen kan dat ons elektriciteitsnet zwaar belasten. Daarom zoeken gemeenten, netbeheerders en energiecoöperaties naar slimme oplossingen. Eén daarvan krijgt opvallend weinig aandacht: het warmtenet.
Een groot deel van ons energieverbruik bestaat uit warmte. We gebruiken het voor het verwarmen van onze woningen, voor warm douchewater en in veel industriële processen. Tot nu toe gebeurt dat vooral met aardgas. Door de klimaatverandering en de afbouw van fossiele energiebronnen moeten we op zoek naar alternatieven.
De warmtepomp is daarbij een logische oplossing. Met relatief weinig elektriciteit kan hij veel warmte produceren. Maar als miljoenen gasketels worden vervangen door warmtepompen, stijgt de vraag naar elektriciteit. Juist op momenten dat het net al zwaar wordt belast, met name tijdens winterpieken. Het is een beetje zoals een drukke snelweg in de spits: er kan nog verkeer bij, maar op sommige momenten loopt alles vast.
Netcongestie is nu al in grote delen van Nederland een probleem. Netbeheerders werken hard aan nieuwe kabels en transformatorstations. Maar dat kost jaren. Daarom zijn ook andere oplossingen nodig.
Nieuwe kansen
Een van die oplossingen is het warmtenet. Via een netwerk van leidingen wordt warmte rechtstreeks naar woningen en gebouwen gebracht. Dat principe bestaat al lang. In veel steden kennen we het als stadsverwarming. Vaak wordt daarbij gebruikgemaakt van bijvoorbeeld restwarmte van energiecentrales die anders verloren zou gaan.
Er zijn verschillende soorten warmtenetten. Sommige leveren hoge-temperatuur-warmte voor zowel verwarming als warm tapwater. Andere werken met lagere temperaturen. Voor het sanitaire water is dan nog extra verwarming nodig. De nieuwste ontwikkeling is het Zeer Lage Temperatuur (ZLT) warmtenet die warmtepompen voedt.
Net als bij een bodemwarmtepomp wordt water van 10 tot 15 graden aangevoerd die door de compressor van de warmtepomp wordt opgehoogd. Een geluid makende buiten-unit is niet nodig. Naast verwarmen kan er ook mee worden gekoeld. En de leidingen in de grond hoeven niet eens te worden geïsoleerd.
Stadsverwarming heeft een negatieve smaak. Bewoners voelen zich soms afhankelijk van commerciële aanbieders en hebben weinig keuze. Maar er is nu nieuwe wetgeving: Wet Collectieve Warmte (WCW) die gemeenten meer regie geeft over de ontwikkeling van warmtenetten en de positie van gebruikers versterkt.
Warmtegemeenschappen
Voor kleinere warmtenetten in dorpen en buurten biedt dat interessante kansen. Niet alleen gemeenten, maar ook lokale energiegemeenschappen en coöperaties kunnen een prominente rol spelen bij de ontwikkeling en exploitatie. Bewoners zijn dan niet alleen gebruiker, maar ook mede-eigenaar van een warmtenet. En doordat er geen winstoogmerk is vereist, kunnen de kosten in de hand worden gehouden. Bovendien is deelname niet verplicht. Je kiest zelf of, en wanneer, je je aan het ZLT-warmtenet aansluit. Zoals we dat ook deden of doen bij het glasvezelnetwerk.
Europese richtlijnen zien energiegemeenschappen als sleutelspelers. De rol van energiegemeenschappen sluit goed aan bij de publieke belangen die de nieuwe wet wil waarborgen: betaalbaarheid, duurzaamheid en leveringszekerheid.
Grote rol
Misschien ligt een deel van de oplossing voor netcongestie dan ook niet in méér stroom, maar juist in slimmer omgaan met warmte, terwijl bewoners meer invloed krijgen op hun eigen energievoorziening. Juist daarin kunnen (ZLT)-warmtenetten een verrassend grote rol gaan spelen.
